Waarom Je Niks Meer Met De Creatieve Industrie Moet Willen

Waarom Je Niks Meer Met De Creatieve Industrie Moet Willen

Ik zie het nog wel eens opduiken, het begrip ‘de creatieve industrie’. Ik heb er eens over nagedacht en je zou er eigenlijk niks meer mee moeten willen. Ik zal uitleggen waarom.

Verkeerd uitgelegd
Het concept “De Creatieve Industrie” is jarenlang verkeerd uitgelegd door de meeste partijen in Nederland. Met name de overheid zat nogal scheef op het thema te hameren. Zoals Richard Florida het volgens mij bedoelde, ging dit over een aangenaam leefklimaat (vrijzinnig en ondernemend) en had dit zijn weerslag op de economie, onder andere door een gunstig vestigingsklimaat en een ‘plug and play’ context waar je als nieuwkomer gemakkelijk je startup of innovatie kon realiseren. Dit is gekaapt en vervormd tot zoiets als: als je maar een levendige creatieve industrie (en homosexuelen) in je stad hebt, groeit de economie.
Plus, het gedachtengoed komt uit 2002, nota bene. Je kunt niet zeggen dat er weinig is veranderd de afgelopen jaren.
Daarnaast is ‘industrie’ nogal iets anders dan ‘klasse’ en Florida sprak over ‘de creatieve klasse’, maar dat was vast niet calvinistisch genoeg, of klonk te elitair.

Draak van een woord
Het woord ‘industrie’ is een draak van een woord in deze context en bijna niemand kan zich ermee vereenzelvigen. Het is een  archaïsche term voor iets wat nauwelijks meer in een hokje te plaatsen is. Het is een te industrieel woord voor een beweging die over iets heel anders gaat. Iets wat niet mechanisch, schaalbaar of automatiseerbaar is. Natuurlijk kun je iets terugbrengen tot kerngetallen en de output van de uitvoerende creatieve of innovatieve sector tot product bombarderen, maar dan denk je teveel als een econoom en niet als een ware innovator, systeemdenker of filosoof.

All bets are off
De beeldvorming omtrent ‘de creatieve resource’ (want daar hebben we het in deze over) die nog rondzingt komt uit een pre-crisis maatschappij. Maar in feite is er sprake van een ‘all bets are off’ situatie, waarin dat hele systeem waarin een creatieve industrie zou zijn ingebed en waarde zou kunnen voegen niet meer werkt zoals het werkte. Het oude systeem (de ongeïnspireerde garde) herkent en erkent wel dat er creativiteit – scheppingskracht – voor nodig is om de energie te blijven opwekken om een beweging voorwaarts te kunnen maken. Maar ook dáár zie je dat de restanten van het nog zittende oude systeem vooral creativiteit voor hun eigen agenda wil gebruiken. Dat is iets waar nog maar weinig mensen warm voor lijken te lopen. Creativiteit was lang dienstbaar aan winstmaximalisatie en economische groei en daar zit een hoop weigerachtigheid nu. Bovendien zijn veel van de vakgebieden waar van oudsher de ‘creatieve industrie’ mee bedoeld wordt aan het afkalven, bestaansrecht aan het verliezen of terrein aan het inleveren. Die zijn veel te druk met overleven of zichzelf op tijd opnieuw uitvinden om lekker door te pakken, laat staan op een verouderd paradigma gebaseerd.

Oude concepten
Als je in een stad of regio iets aan wilt wakkeren heeft het weinig zin om met oude paradigma’s te werken. Je kunt alleen maar iets bereiken als je de reset van de huidige tijd gebruikt om er iets nieuws uit te smeden. Teruggrijpen op oude concepten, die soms bovendien gebaseerd zijn op niet helemaal zuivere intenties (de gevestigde orde wil doorpakken, de oude ordening herstellen, gebruik makend van de creatiekracht van het creatieve cohort, onafhankelijk van welke discipline), heeft dan geen zin. De nieuwe, zelforganiserende zwermen zijn niet meer bezig te denken in termen van ‘economische groei’, de ‘concurrentiekracht van Nederland’ en laten zich dus ook niet voor het karretje van ronkende nota’s of plannen spannen. Wat trouwens consequent al niet echt goed lukte. Met een hoop subsidie kan je wel hele gave programma’s ontwikkelen en impact veroorzaken, maar zodra je het vlammetje onder zo’n programma vandaan haalt koelt het af en stolt de beweging acuut weer. Dan nemen de grotere bewegingen het naadloos over en doet het systeem wat het systeem doet.

Gebruik je de kracht van zwermen- herken je die überhaupt? Kijk je naar de individuele creatiekracht van mensen, in combinatie met de verbindingskracht van internet, die overal een hefboom op zet, maar ook verstrooit? Ga je wijs om met de onbewuste angsten van mensen in de huidige all bets are off-tijd? Ga je mensen verbinden en aanjagen op attitude en scheppingskracht of op de functietitel die op hun kaartje staat?

Vervaging en verkneuzing
Een emancipatie- of innovatieprogramma opzetten voor een ‘industrie’ is een (te) abstracte bezigheid, die alleen overheden, non-profits of bedrijven met een enorme bak geld in een florerende economie een beetje van de grond krijgen en dan nog met een hoop verkwisting, vage uitkomsten en meestal niet inzichtelijk te maken ROI. En voor je het weet verkneus je je eigen sector door op een hypothetische barricade te gaan staan met de stokpaardjes van anderen. En wát er al succesvol op stoom was gebracht na de eeuwwisseling is ook grotendeels weer om zeep.

Ja, er zijn projecten die heel verdienstelijk gestalte geven aan de sociale innovatie die het antwoord moet zijn op de gevolgen van het kunstmatig robuust (in plaats van ‘anti-fragile’) maken van een maatschappij. Ze kosten meestal heel erg veel geld, heel veel energie van bevlogen mensen die continu anderen aansporen en activeren en zijn moeilijk duurzaam te maken.

Dus:
Wil je concurrentiekracht versterken of niet bezig zijn met wat anderen doen? Niet in de geschiedenis pulken om te kijken welke ‘heritage’ nu bruikbaar is en tot leuk verhaal te smeden, maar onderzoeken hoe je écht gaat vernieuwen door oude termen en ideeën weg te gooien en écht voorop te lopen?

Dat is iets om eens over na te denken, toch?

Mail me als mijn inzichten je aanspreken en je hier eens op door wil sparren. Of als je denkt: Ja, daar wil ik eens over nadenken, maar ik wil het daar niet bij laten.
Dat kan op annedien[at]gmail.com.
Volg me op Twitter: www.twitter.com/annedien