Is de ‘Global Village’ een luchtspiegeling?

Is de ‘Global Village’ een luchtspiegeling?

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog horen we het al: de wereld wordt groter, de verbindingen worden beter, de wereld wordt (weer) een dorp! Ieder decennium zwol het koor van boodschappers aan en met de komst van internet was er geen houden meer aan: landsgrenzen zouden er niet meer toe doen, je zou in contact kunnen komen met wie je maar wilde, waar ook ter wereld en alles en iedereen zou met elkaar verbonden raken. Helaas, dat is niet zo. Volgens mij om de volgende redenen: landsgrenzen en de bijbehorende zaken (zoals wetgeving, economisch verkeer etc) verdwijnen niet zomaar en staan regelmatig in de weg; we spreken nog steeds verschillende talen  en leven in verschillende culturen, al die ‘zachte’ zaken als geschiedenis, collectief geheugen, normen en waarden die maken dat je een Georgier of Cambodjaan ook met Google Translate nog niet echt begrijpt; het lijkt erop dat mensen beperkt zijn in hun capaciteit om waardevolle relaties te onderhouden, waardoor we het aanbod niet volledig kunnen gebruiken; we hebben (nog) niet geleerd hoe we het vereiste vertrouwen in een ander moeten opbouwen wanneer de traditionele gereedschappen daarvoor ontbreken. Die Global Village is er dus nog niet. Maar de wereld ziet er wel duidelijk anders uit dan halverwege vorige eeuw. Informatie reist vrijer de wereld rond; meer mensen hebben toegang tot de bronnen van die informatie dan ooit tevoren; structuren die ooit ontstonden om informatie te bundelen, beheren en distribueren staan onder druk of zijn al significant veranderd. Idem voor de structuren die ontstonden om landen te besturen en markten te beheren. Hoewel er dus schijnbaar geen belemmeringen meer (hoeven...
De Creatieve Economie

De Creatieve Economie

Ik weet niet of de economie ooit niet creatief was. Het lijkt mij dat de wereld van geld en waarde altijd al draaide op het scheppend vermogen van mensen. Maar nadenkend over wat dit dan voor vermogen is en of iedereen het kan (of zou moeten kunnen) blijkt dat het helemaal niet zo helder is allemaal. Er wordt gewerkt met een uitgeholde definitie, die ondertussen ook geladen is met uiteenlopende visies en verwachtingen. De wereld van creativiteit is niet éénduidig. Er wordt geclaimd en gevochten, gefantaseerd en gefabriceerd. Tijd om eens nader te inspecteren wat creativiteit dan eigenlijk is. Wat de economische waarde daarvan is en wat de social enterprise er mee zou moeten of kunnen. Of er dan een zuivere definitie voor te vinden is die dan als leidraad kan dienen voor het inrichten van een wereld die toekomstbestendig is en recht doet aan wat mensen nodig hebben. Ik beschouw creativiteit als scheppend vermogen, gemotiveerd door de wil van een persoon of groep mensen. Ik ontdekte toen ik over dit onderwerp nadacht dat ik er bovendien een moreel oordeel op na houd over de kwaliteit van creativiteit. Wie bedient zich ervan, wanneer is het echt? Voor je het weet dwaal je rond in begrippen als „bezieling” en „innerlijke strijd”. Heel interessant, maar ook de deur naar wéér een wereld vol betekenis en daar wil ik nu niet in verdwalen. Toen ik het onderwerp onderzocht vertelden sommige experts mij dat bijvoorbeeld mensen met een antisociale stoornis weliswaar ook creatief zijn (ze schilderen) maar dat hun onderwerpkeuze vooral technisch van aard is, feitelijk. Het schilderen van een landschap. Geen expressie...
De haperende logica van ‘groot’

De haperende logica van ‘groot’

Grote bedrijven zijn op heel veel plekken hun bestaansrecht aan het verliezen. De schaalvoordelen, die omvangrijk zijn in industriële, op fossiele energie gebaseerde productieprocessen, zijn in een kennis- en netwerkeconomie veel minder van belang. Nu er steeds meer voorbeelden zijn van succesvolle ‘kleine’ organisatievormen, komt de bewijslast steeds nadrukkelijker bij ‘groot’ te liggen. Waarom zo groot? Is dat beter voor de klanten? Voor de medewerkers? Of vooral voor de managers en de aandeelhouders? Deze vragen zijn bij uitstek ook relevant voor de sectoren waar de tucht van de markt ontbreekt: zorg en onderwijs bijvoorbeeld. Want waar in de marktsector de organisaties zich ‘vanzelf’ aanpassen aan de nieuwe realiteit, is daar in de publieke sector politieke besluitvorming voor nodig. 1. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, kan het grootste deel van de wereldeconomie gekenschetst worden als een planeconomie. Jaarlijks worden de budgetten vastgesteld, en de te produceren hoeveelheden. Vaak zijn er zelfs meerjarenplannen en -begrotingen. Er is geen sprake van een onzichtbare hand die vraag en aanbod met elkaar in evenwicht brengt: beslissingen over de toewijzing van budgetten worden genomen in politieke besluitvormingsprocessen, al dan niet met een democratisch karakter. Ik heb het niet alleen over de collectieve sector. Daarvan zijn we ons wel bewust – al zijn we ons niet altijd bewust van de omvang (50% van de economie in de EU en ruim 40% in de VS). Ik heb het vooral ook over het grootbedrijf; de organisaties die weliswaar op een markt opereren, maar die intern precies zo werken als een ministerie. Waarom bestaan deze grootbedrijven eigenlijk? Met honderden, duizenden, soms wel honderdduizend mensen in loondienst?...

Social Enterprise?

Door allerlei ontwikkelingen voldoet het organisatiemodel uit de vorige eeuw niet meer. We zien de contouren ontstaan van een nieuw model, dat veel beter geschikt is voor de kennis- en netwerksamenleving waar we inmiddels in leven. We noemen dit nieuwe model ‘the social enterprise’....

Marco Derksen – Koneksa Mondo

Marco Derksen, bekend van Marketingfacts, Upstream en sinds vorig jaar het blog koneksa-mondo.nl, “a survival guide to the connected world”, zegt van zichzelf dat hij “organisaties adviseert en begeleidt  in de verandering naar de nieuwe netwerksamenleving”. Daarnaast is hij als ondernemer betrokken bij community-gebaseerde platforms als Foodlog en Arnhem Direct. Het is dus geen wonder dat hij op de vraag “Wat is volgens jou de belangrijkste verandering die onze samenleving op dit moment ondergaat?” antwoordt met “The connected world. Alles en iedereen is steeds meer verbonden, door de nieuwe technologie. Er gebeuren hele interessante en belangrijke dingen op gebieden als onderwijs, energie en voedsel, maar de belangrijkste ontwikkeling van allemaal vind ik the connected world. Mensen worden met mensen verbonden, dingen met dingen, en mensen met dingen.” De gevolgen daarvan gaan verder dan dat ‘de wereld een dorp wordt’, meent Marco. “Dat is al tientallen jaren aan de gang. Wat nieuw is, is dat door de technologie die eronder ligt, van alles wordt geregistreerd en bijgehouden. Daardoor ontstaan kansen, denk aan nieuwe vakgebieden als quantified self en big data, maar ook risico’s, zoals privacy en cybercrime.” Hoe vind jij dat we daar mee om moeten gaan, als mensen, als bedrijven en als organisaties? “Het gegeven dat alles open komt te liggen, alles transparant wordt, dat is een enorme uitdaging voor bedrijven en organisaties. En tot nu toe zie je dat kleine organisaties daar beter mee om kunnen gaan dan grote. Dat heeft er ook mee te maken dat het verdienmodel van grote organisaties nog steeds wel werkt. Het wordt allemaal wat minder, maar er stroomt nog steeds heel veel...